Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Er worden posts getoond met het label fysiotherapie

Test van Slump

Fysiotherapeutische Testen Test van Slump Uitvoering: • Zitten op de tafel de onderzoeker staat achter de persoon; • Breng de handen achter op de rug en laat ze ze vasthouden; • Onderuit gaan zitten (flexie thoracaal en lumbaal); • Plaats je bovenarmen (ellebogen) op de schouders en breng de TWK en LWK verder in flexie: het sacrum blijft verticaal; • De onderzoeker voert passieve flexie van de heup met gestrekt been uit • Deze test wordt zoveel links als rechts uitgevoerd. Doel van het onderzoek:  Extra rek van de dura mater en de zenuwwortels van L4 tot en met S2. De test is positief indien de zenuwwortel-compressie verschijnselen optreden. Note:  Met een score variërend van 0.14 tot 0.87 is er een matige score met betrekking tot de interbeoordelaarsbetrouwbaarheid, hierdoor is het moeilijk te bepalen of verschillende fysiotherapeuten tot dezelfde testuitslagen zullen komen. Er is eveneens nog geen eenduidigheid over de positieve symptomen....

Centralisatie test (Discogeen)

Fysiotherapeutische Testen Lumbaal Centralisatie (Discogeen) Uitvoering: De belaste centralisatie test is in stand. De patiënt voert herhaaldelijke bewegingen naar de eindstand  in de flexie, extensie en latroflexie uit. De herhalingen worden tussen 5-20x uitgevoerd per richting totdat er centralisatie of periferalisatie optreed. Interpretatie:    Centralisatie wordt geassocieerd met discogene symptomen. Artikel:  Laslett et all.  (2005) Sens: 40 Spec: 94 Fysio-testing lumbaal

Spurling’s Compression test

Fysiotherapeutische Testen (Cervicale Radiculopathie) Spurling’s compression test Uitvoering: Zittende patiënt. De spurling’s test wordt in 3 verschillende stadia uitgevoerd. De test is positief wanneer de patiënt  herkenbare (radiculaire) klachten ervaart tijdens het uitvoeren van de test. Als er bij de eerste of tweede stap een provocatie van klachten optreed is de test positief en dient er niet verder getest te worden. De testen worden in de onderstaande volgorde uitgevoerd, omdat een opvolgende stap het foramen intervertebrale telkens iets kleiner maakt dan de voorgaande stap. 1. Therapeut geeft een axiale druk richting caudaal op het hoofd van de patiënt. De cervicale wervelkolom van de patiënt is in neutrale positie 2. Therapeut geeft een axiale druk richting caudaal op het hoofd van de patiënt. De cervicale wervelkolom van de patiënt in latroflexie. (Naar de kant van de radiculaire klachten. ) 3. Therapeut geeft een axiale druk richting caudaal ...

Extensor digitorum brevis reflex.

Fysio-Nerve Reflexen Extensor digitorum brevis reflex. L4-L5 Uitvoering: De zittende patiënt : De onderzoeker brengt de voet lichte inversie en plantairflexie. De grote teen wordt ook in plaintairflexie gebracht. Sla met de reflexhamer op de pees van de m.  extensor digitorum brevis distaal van de spierbuik. Note: Deze test wordt vaak uitgevoerd als onderdeel van het neurologisch onderzoek van het onderste lichaamshelft. (Niveau L4-L5) Er is op dit moment nog te weinig, zwak en tegenstrijdig bewijs om een uitspraak te doen over deze test. Terug naar Reflexen Terug naar Fysio-Testen 

Achillespeesreflex.

Fysio-Nerve Reflexen Achillespees-reflex L5-S1 Uitvoering: Uitvoering: De zittende patiënt : De onderzoeker brengt de voet lichte dorsaalflexie. Sla met de reflexhamer op de achillespees 3-5 maal. Note: Deze test wordt vaak uitgevoerd als onderdeel van het neurologisch onderzoek van het onderste lichaamshelft. (Niveau L5-S1) Er is op dit moment nog te weinig, zwak en tegenstrijdig bewijs om een uitspraak te doen over deze test. Terug naar Reflexen Terug naar Fysio-Testen 

Kniepeesreflex

Fysio-Nerve Reflexen Kniepees-reflex L2-3 Uitvoering: De examinator slaat de infrapatellar pees net boven de tuberositas van de tibia. Drie tot vijf slagen zijn nodig om vermoeidheid te onderzoeken. Een positieve test is een teruggang van de knie-extensie direct na de slag   in vergelijking met de andere kant Note: Deze test wordt vaak uitgevoerd als onderdeel van het neurologisch onderzoek van het onderste lichaamshelft. (Niveau L2-3) Er is op dit moment nog te weinig, zwak en tegenstrijdig bewijs om een uitspraak te doen over deze test. Terug naar Reflexen Terug naar Fysio-Testen 

Tricepspeesreflex

Fysio-Nerve Reflexen Tricepspees-reflex C7 Uitvoering: De zittende patiënt : Als u rechtshandig bent, omvat u met uw linkerhand de elleboog  van de patiënt. De onderarm van de patiënt ontspannen, de onderzoeker brengt de elleboog in 90 graden flexie en de schouder in 90 graden abductie. De duim van de onderzoeker  op het distale gedeelte van de triceps-pees. Sla met de reflexhamer op uw duim Let op de contractie van de m. triceps samen met een lichte extensie van de elleboog. Note: Deze test wordt vaak uitgevoerd als onderdeel van het neurologisch onderzoek van het bovenste lichaamshelft.  (Niveau C7) Wainner et al. (2003) Sens: 3 Spec: 93 Terug naar Reflexen Terug naar Fysio-Testen 

Brachioradialis-reflex

Fysio-Nerve Reflexen Brachioradialis-reflex C5-C6 Uitvoering: De zittende patiënt : Als u rechtshandig bent, omvat u met uw linkerhand de onderarm van de patiënt. De onderarm van de patiënt rust ontspannen in uw hand en is in lichte pronatie. Sla met de reflexhamer op de insertie/ pees van de brachioradialis. Let op de contractie van de m. brachioradialis samen met een lichte flexie elleboog en lichte pronatie. Note: Deze test wordt vaak uitgevoerd als onderdeel van het neurologisch onderzoek van het bovenste lichaamshelft.  (Niveau C5-6) Wainner et al. (2003) Sens: 6 Spec: 95 Terug naar Reflexen Terug naar Fysio-Testen 

Bicepspees-reflex

Fysio-Nerve Reflexen Bicepspees-reflex C5 (C6) Uitvoering: De zittende patiënt : Als u rechtshandig bent, omvat u met uw linkerhand de elleboog van de patiënt. De onderarm van de patiënt rust ontspannen op uw onderarm. Uw linker duim ligt stevig op de bicepspees in de elleboogplooi. Sla met de reflexhamer op uw duim. Let op de contractie van de m. biceps en de uitslag van de onderarm. De liggende patiënt De bovenarm van de patiënt steunt op de onderlaag, de onderarm ligt ontspannen op de borst. Controleer of de biceps ontspannen is door de elleboog passief te bewegen. Leg duim of wijsvinger van uw linkerhand stevig op de bicepspees in de elleboogsplooi. Slag met de reflexhamer op uw vinger. Let op de contractie van de m. biceps en de uitslag van de onderarm Note: Deze test wordt vaak uitgevoerd als onderdeel van het neurologisch onderzoek van het bovenste lichaamshelft.  (Niveau C5-6) Wainner et al. (2003) Sens: 24 Spec: 95 Terug naar ...

Patrick sign/ Faber test

Fysiotherapeutische Testen Patrick sign/ Faber test Doel: S.I. betrokkenheid Uitvoering: De patient ligt in ruglig op de behandelbank, de therapeut staat aan de zijkant. Een been blijft gestrekt liggen, terwijl aan de testkant de heup naar flexie, abductie en exorotatie gebracht wordt, de knie is in flexie, zodat de hiel tegen het contralaterale knie aan ligt. De therapeut fixeerd de contralaterale SIAS en geeft druk op de geflekteerde knie. Test is positief als herkenbare pijn onder L5 in de bil optreedt. Pijn in de lies spreekt eerder voor een heupaandoening. Note:  Er is op dit moment meer onderzoek nodig om een duidelijke uitspraak over deze test te kunnen doen. Artikel: Howard et all. (2003) Sens: 82 Spec: 100 Fysiotherapeutisch testen lumbaal Fysiobasics

Wrights's test

Fysiotherapeutische Testen Wrights's test Uitvoering: De therapeut palpeert de radialispulsaties in de pols van de zittende patiënt. (Armen in 90 graden abductie en exorotatie. Dan dient de patiënt zijn hoofd te roteren naar de niet aangedane zijde en diep in te ademen. De stand 1 tot 2 min aanhouden. Positief bij verandering van de radialispuls en tintelingen. Note:  Op dit moment nog geen eenduidigheid over het TOS-Beeld. (controversiële diagnose!) Omdat vasculaire TOS minder voorkomt dan de neurologische TOS is het aan te nemen dat met deze test sowieso de neurologische TOS over het hoofd wordt gezien. Fysiotherapeutisch testen thoracaal Fysiobasics

Adsons's Test

Fysiotherapeutische Testen Adsons's Test Uitvoering: De therapeut palpeert de radialispulsaties in de pols van de zittende patiënt. Vervolgens wordt  de patiënt gevraagd om met de nek zo lang mogelijk te maken. Dan dient de patiënt zijn hoofd te roteren naar de contralaterale zijde en diep in te ademen. Hierbij worden de m. scaleni en de m. sternocleidomastoïdeus aangespannen waardoor de scalenuspoort vernauwd. Daarna wordt de patiënt gevraagd om naar de homolaterale zijde te roteren. Hierbij worden deze spieren op rek gebracht waardoor ook de scalenuspoort verkleint. Positief bij verandering van de radialispuls en tintelingen. Note:  Op dit moment nog geen eenduidigheid over het TOS-Beeld. (controversiële diagnose!) Omdat vasculaire TOS minder voorkomt dan de neurologische TOS is het aan te nemen dat met deze test sowieso de neurologische TOS over het hoofd wordt gezien. Fysiotherapeutisch testen thoracaal Fysiobasics

Upper limb tension test (A)

Fysiotherapeutische Testen Upper limb tension test (A) De ULTT testen kunnen verschillende doeleinden hebben: * Uitsluiten van zenuwproblematiek van zenuwen van de plexus brachialis. * Uitsluiten van het Carpaal tunnel syndrome(CTS). Er zijn verschillende manieren voor het uitvoeren van de ULTT testen en de ULTT testen worden voor verschillende aandoeningen toegepast. De gegevens die gebruikt zijn voor deze conclusie zijn alleen van toepassing voor een radiculopathie.  Uit de gegevens blijkt dat de ULTT testen een bruikbare screeningstest zijn voor cervicale radiculopathie door de hoge sensitiviteit. Als een test een hoge sensitiviteit heeft wil dat zeggen dat de test bruikbaar is om een aandoening aan te tonen. Bij een radiculopathie is de zenuwwortel per definitie aangedaan. Hierdoor moet er altijd overleg zijn tussen de therapeut, huisarts en patiënt over de behandeling omdat de oorzaak van de compressie van de zenuwwortel niet met zekerheid te zeggen is....